maart 8, 2016 - admin

Ondernemers in dierenleed

Het is verbluffend dat het merendeel van de mensen zich het leed van dieren in de veehouderij/bio-industrie niet echt aantrekken, maar wel verklaarbaar: dieren hebben geen stem en het leed van de dieren vindt dubbel in de anonimiteit plaats omdat het buiten ons gezichtsveld plaatsvindt. Dieren vallen onder de zorg van mensen, boeren in dit geval, maar we moeten toch met zijn allen beseffen dat het hier gaat om een maatschappelijk probleem. En we moeten dieren een stem geven, want de anonimiteit is er de oorzaak van dat het probleem niet opgelost kan worden. Gelukkig gebeurt dat, in de vorm van een politieke partij, de Partij voor de Dieren en organisaties die zich expliciet inzetten voor dierenwelzijn. Omdat ik bij mijzelf ook het schouderophalen over het massale leed van dieren opmerkte, schrijf ik dit stuk. Natuurlijk doet het lijden van dieren mij wat, ik walg van de praktijken in de bio-industrie, ik volg de berichtgeving en organisaties die zich inzetten voor dierenwelzijn en ik teken zowat elke petitie die op mijn pad komt. Maar om echt actief, zelf wat te doen, ik merkte een zekere toenemende passiviteit en dus onverschilligheid, maar tegelijk transformeerde dat dus in betrokkenheid. Hierbij probeer ik een bijdrage te leveren.

Dieren zijn altijd onschuldig, met welke recht denken mensen dieren leed te mogen aanbrengen? Tegelijk omdat dieren onschuldig zijn, meent de mens schuldig te mogen zijn. De onschuld van dieren is een prikkel voor de onethische en schuldige mens om dieren leed te mogen aanbrengen. Dat is denk ik de ethische kern van het probleem.

Een van de eerste dieronvriendelijke praktijken waar onze cultuur van bewust werd was de wijze waarop ganzen werden gevoederd. Dit voor de productie van ganzenlever. Maar dat bleek niet slechts maar een misstand te betreffen, dit soort praktijken komen structureel in de veehouderij voor. Voortplanting, geboorte, groei, dood, al deze fenomenen zijn in de intensieve veehouderij omgevormd, in zoverre mogelijk, tot biotechnische zaken in het teken van uitbating en economisch gewin. Het meest stompzinnige is nog dat de boer er zelf weinig aan verdient, hij wordt op zijn beurt uitgemolken door supermarktconcerns. Het is de vraag in hoeverre dit soort boeren nog ondernemers genoemd kunnen worden, ze doen niet aan marketing, want hoe is massaal dierenleed te marketen en zijn strategie is geen economische, maar een politieke. Deze bestaat namelijk uit lobby activiteiten om steeds grotere, fabrieksmatig ingerichte schuren te mogen bouwen, waar steeds grootschaliger en buiten het zicht van het publiek dieren mogen worden ontdierlijkt en tot productiemiddel mogen worden gereduceerd. Dierenleed wordt toegestaan, want het levert geld op, het is economisch te verantwoorden. Ik zou willen tegenwerpen: niet elke economische activiteit is gerechtvaardigd, economische activiteiten moeten bijvoorbeeld beoordeeld worden op ethisch gehalte en inventiviteit op het gebied van marketing en strategie. De onethische boer is vooral inventief op het vlak van de biotechnische praktijken, de zorg die nodig is voor leven van dieren, is opgegaan in inventief handelen, gesitueerd in een economisch-onethisch domein in plaats van het natuurlijke domein. Zijn gebrek aan inventief handelen in het economisch systeem heeft hij gecompenseerd in de vorm van dierenuitbating en dierenleed. Hij permiteert het zich omdat hij denkt in termen van “het recht van de sterkste”, wat hier vertaald kan worden naar het primaat van de onethische mens, waar schuld kennelijk boven onschuld gaat en vrijuit gaat. Hij verbergt deze zelfgemaakte waarheid voor zichzelf, hij wil er niet mee geconfronteerd worden, door de dieren hun dierlijkheid af te nemen en te ontkennen. Een intern fundamenteel tegenstrijdige toestand wordt aldus hanteerbaar gemaakt, waarbij afstompende werkingen uiteindelijk het noodlot voltrekken van het zelfbeeld van deze schijnondernemer.

Boeren moeten misschien hun dieren weer gaan zien als hun eigen dieren, meer als hun bezit dan als koop- en handelswaar misschien. Dat zou misschien een goede stap zijn in het weer opbouwen van een levende relatie tot hun dieren en daarmee het waarderen van de dierlijkheid van hun dieren en dus een gezond zelfbeeld. Het is schokkend dat juist mensen die dagelijks met dieren omgaan, zichzelf zo kunnen vervreemden van dieren. Ze moeten erkennen en inzien dat hun inventieve handelen en de daarmee gepaard gaande trend van ontdierlijken van dieren enkel in het belang is van grotere, meer machtige partijen, die vervolgens niet direct verantwoordelijk zijn voor het dierenleed en dat probleem dus op hun beurt weg kunnen kijken. Ze moeten begrijpen dat ze een beleid moeten uitdragen, in wisselwerking met politieke partijen, die een meer duurzame en innovatievere agricultuur vertegenwoordigd en bevorderen. De weg die nu nog steeds bewandelt wordt, namelijk een steeds grootschalige veehouderij is een doodlopende weg. Hij werkt, omdat het meer anonimiteit in het leven roept, maar het is niet te verantwoorden. Nieuwe biotechnieken, zoals klonen van dieren, is niet de oplossing. Al die praktijken komen op hetzelfde neer, zijn slechts nieuwe varianten die in hetzelfde analysekader kunnen worden geplaatst, dat ik hier heb geschetst. Het moet nodig definitief een halt toegeroepen worden.

Ik wil mensen niet persoonlijk beledigen en ik wil ook zeker niet de complete hele veehouderij in een kwaad daglicht zetten. Maar niemand kan de kwaadaardige praktijken in de bio-industrie ontkennen. Deze moeten met woord en daad bestreden worden! De sector als geheel functioneert niet goed. Het gaat om de bio-industrie en de megastallen en het gaat erom dat er meer verbeteringen in dierenwelzijn tot stand gebracht kunnen worden. En dat de boer een goed, gezond bedrijf kan runnen en zich met recht ondernemer mag noemen. Daar komt ook positieve marketing bij kijken en contact met de consument, de dieren moeten uit de anonimiteit, misschien is de moderne boerderij een semi-publieke danwel semi-politieke organisatie. Veel reclame is misleidend en is pure concurrentievervalsing, zo maakt McDonalds reclame met een slogan als “topkwaliteit rundvlees”. Alleen biologisch vlees (wat hun vlees niet is) zou dat predicaat mogen dragen (de vraag is echter of biologische boeren dat wel ethisch vinden).

Ik dacht eerst dat het structurele en massale dierenleed wat mensen aanrichten een schandvlak voor de mensheid zou zijn, die haar nog lang zou aankleven. Maar dat is denk ik niet het geval. Dieren bieden geen tegenstand, vechten niet terug, voeren geen oorlog. Maar dieren vergeven wat mensen ze hebben aangedaan niet zomaar! Dieren voelen ook heel goed aan wanneer en of ze willen spelen en aan wie zij hun affectie willen geven.

Laten we snel stoppen met die slechte, kwaadaardige praktijken. Mogen (vee)dieren ook een leven hebben!

Uncategorized Bio-industrie / dierenwelzijn /

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *