mei 29, 2016 - admin

De aarde en het programma van de mensheid

Zoals Peter Westbroek betoogt is de mens slechts een functie van de aarde. Wetenschappelijk gezien kan de mens dan ook als onderdeel van de geologie worden beschouwd. Dat punt wil ik nog eens extra onderstrepen door enkele, voor de meesten waarschijnlijk wonderbaarlijke, zinnen van Nietzsche te citeren: “Groots aan de mens is dat de mens geen doel is maar een overgang.” en “de Uebermensch is de zin van de aarde.” De aarde dwingt ons met haar mee te werken, we hebben niet voor niets een klimaatprobleem. Het programma voor de mensheid, zoals ik in dit artikel uiteenzet, is niet alleen een programma waar mensen hun eigen persoonlijke zingeving, plezier en genot uit halen, maar het is dus ook een programma voor de aarde.

Dat in de eerste plaats. We leven tegenwoordig in het Antropoceen. Menselijke activiteit heeft zich in die mate verspreid over de aarde en geïntensifieerd, de aarde is in die mate ge-exploiteerd dat er in de geologische tijd een sprake is van een breuk, waarmee het vorige geologische tijdperk wordt afgesloten. De bewustwording daarvan vindt in onze tijd plaats. Dat is nodig, want het Antropoceen zou wel eens heel kort kunnen duren. We riskeren onze eigen ondergang en we zijn daarom belast met de taak om ons eigen voortbestaan veilig te stellen. Maar ook dat van andere organismen die worden bedreigd door menselijke activiteit, tenminste, als de mens een beschaafd wezen wil zijn. Dan moet er een perspectief zijn dat dat openingen biedt tot oplossingen. In het verdere verloop van dit artikel zal ik proberen dat perspectief te schetsen.

Om voort te gaan op het vorige punt, dat van de bedreiging van het voortbestaan, wat we dus met andere organismen delen: daarvoor wordt er momenteel volop getheoretiseerd over een nieuwe antropologie. Ik stel dat dat een zaak is van een “wilde beschaving”. Die nieuwe antropologie luidt dat er geen strikte scheiding bestaat tussen natuur en cultuur. Mensen zijn zowel natuur als cultuur en omdat de dieren en organismen (ook de micro-organismen) zowel tot een wetenschappelijke als steeds ook meer een politieke categorie behoren, kan die scheidslijn hier ook uitgevlakt worden. Steeds meer wilde dieren kiezen ook onze steden als biotoop, zelfs in die mate dat er diersoorten ontstaan die ook in hun evolutie “stadsdieren” worden. Zoals Nietzsche betoogt zullen ook mensen een “echte wildheid” verkrijgen. En dat gaat in de nieuwe antropologie samen met beschaafdheid. Want nieuwe inzichten in de wetenschap vertellen ons dat ook dieren gevoel hebben, kunnen denken, en dat zelfs ook planten en bossen over zulke gaven beschikken. Dat nodigt uit tot een ander denken over onze natuurlijke omgeving dat ook aan onze eigen natuur raakt. Via die “nieuwe antropologie” wordt dus ons contact met de natuurlijke omgeving hersteld en krijgt deze een nieuwe inspiratie. De mens verwerft hierbij, naar waarschijnlijkheid, een “echte wildheid”. Overigens kunnen mensen, in de visie van John Durham Peters, ook een directe toegang tot de elementen verkrijgen en ervaren via allerlei media, dus zonder de omweg via de dieren en de natuurlijke omgeving van landschap, water en bossen.

Dieren in de natuur worden met uitsterven bedreigd. Ook de wildheid zelf van dieren wordt bedreigd. Enerzijds bedreigen stropers dieren met uitsterven, anderzijds dreigen dieren hun wildheid te verliezen naarmate mensen worden beschermd. Daarmee komt ook het milieu in gevaar en dus ook de toekomst van de huidige mensheid. Dieren vervullen belangrijke ecosysteemtechnische functies, met allerlei relaties tot het chemisch-fysische milieu en dus ook bijvoorbeeld het klimaat. Er moet in mijn optiek allerlei wetgeving komen die internationale natuurbeschermingsorganisaties om natuurgebieden en het milieu te redden (denk bijvoorbeeld ook aan een verdrag als TTIP). Er is wat dat betreft een verschil met het probleem van dierenwelzijn van veedieren. Dat is niet zozeer een probleem van wetgeving, maar van politieke representatie. Boerenbedrijven moeten in mijn optiek semi-politieke organisaties worden. In plaats van dat dieren in afzondering van het publiek in grote dichte stallen leven, moeten dieren uit de anonimiteit en direct zichtbaar zijn voor het publiek (wat niet uitsluit dat boerenbedrijven best vrij groot kunnen zijn). Dieren moeten bijvoorbeeld naar buiten kunnen. Ik heb hier al een afzonderlijk artikel aan gewijd.

Ik ben nu op het punt aangekomen om de overgang te maken naar het tweede deel van dit artikel, dat schematisch van opzet is. Het betreft het menselijke civilisatieproces. De koppeling van de aarde en de menselijke civilisatie kan tot stand komen door de problematiek van vernietiging van regenwoud op dat van de schuldenproblematiek te leggen, zoals Arnold Cornelis heeft voorgesteld. In ruil voor bescherming van regenwoud kunnen de (vaak grote) schulden van de betreffende landen worden kwijtgescholden.

Er komt dus geld vrij. Het is de kunst om dat geld vervolgens goed te besteden. Het betreft, zoals ik hier schets drie zaken:

  • Biopolitiek
  • Liberalisme
  • Cosmopolitisme

Deze drie zaken betreffen het wereldwijde civilisatieproces. Betreffende het cosmpolitisme wil ik bovendien nog drie zaken uitsplitsen:

  1. onderwijs
  2. (het recht op) filosofie
  3. een nieuw soort games

Het cosmopolitisme is behalve voor de landen ook een zaak van de internationale organisaties zoals UNESCO, en kan dus ook langs deze weg gefinancierd worden. Tevens raakt het aan de vluchtelingenproblematiek, maar dat zal ik hier verder niet behandelen. De verzorging van het onderwijs behoort ook tot de biopolitiek en het liberalisme (alswel, in een meer bijzondere zin tot het cosmopolitisme).

Van de genoemde punten wachten er drie op uitwerking, het zijn drie uitdagingen, waar ik in de rest van dit artikel nader op in ga: a) de biopolitiek en het liberalisme, b) het recht op filosofie en het vormgeven van een filosofie die universele uitgangspunten en kaders kent en ten slotte c) het ontwikkelen van nieuwe games.

Voor de biopolitiek en het liberalisme gaan we te rade bij Foucault en bestuderen we de politiek in Nederland. Waarschijnlijk had Foucault ook Nederland op het oog als hij spreekt over biopolitiek. Foucault zag het liberalisme als een uitdaging, biopolitiek en liberalisme zijn twee keerzijden van dezelfde medaille. In Nederland wordt een bestuurskunst bedreven die alle elementen van politiek (niet alleen de nieuwe, maar ook de oude elementen) combineert in dusdanige zin dat een vorm van liberalisme tot stand komt, die de biopolitiek optimaliseert. Op basis van de Nederlandse politiek, sinds de 18e eeuw tot nu en in de toekomst, een nieuw model van bestuurskunst worden ontwikkeld. Daarbij kan het werk van Foucault over de vormen van (neo-)liberalisme, het Duitse en Amerikaanse, gebruikt worden.
Voor het recht op filosofie en daaraan gerelateerde zaken gaan we te rade bij Derrida. Zoals hij betoogt is het een zaak voor de universiteit en voor internationale instituten als UNESCO. Daarnaast ligt hier een uitdaging voor de “comparatieve filosofie” die langzaamaan tot volwassenheid komt.
Het recht op filosofie is bedoeld voor een specifieke doelgroep, namelijk voor hen die geïnteresseerd zijn in filosofie. Daarom moet er, voor mogelijk een bredere doelgroep, ook een ander soort cosmpolitisme geboden worden. Hierin zie ik een uitdaging voor de game-industrie. Een nieuw soort games moet mensen in staat stellen een verbinding te maken met mensen overal ter wereld. Ik zie dit als een soort uitwerking van sociale media. De data die daar verzameld wordt kan beschikbaar komen in de games. Er is zo een connectie met de echte wereld en dat werkt stimulerend. Dat wordt extra interessant als games worden ontwikkeld met de psychologische wetenschap.

Mijn vooronderstelling is dat wanneer het economisch beter gaat en via sociaal beleid en onderwijs menselijke kapitaal wordt ontwikkeld (dat op het wereldwijde niveau steeds verder op gang komt door de moderne ICT, mits de verdere ontwikkeling daarvan in die richting gaat, dat is nog de vraag), het ook beter zal gaan met het milieu, de dieren en de aarde. Waar aan toegvoegd kan worden dat niet iedereen zal kunnen meekomen.

Bronnen:

Cornelis, A. Logica van het Gevoel
Derrida, J. Who’s Afraid of Philosophy
Foucault, M. De Geboorte van de Biopolitiek
Nietzsche, F. Aldus Sprak Zarathustra
Westbroek, P. De Ontdekking van de Aarde

Uncategorized aarde / Antropoceen / Antropologie / biopolitiek / Cornelis / Cosmopolitisme / Derrida / evolutie / Filosofie / Foucault / games / klimaat / liberalisme / Nietzsche / onderwijs / schuldenproblematiek / Uebermensch / UNESCO / wildheid /

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *