november 25, 2016 - admin

Wilders zaait verdeling

Er is veel ophef over de vraag of het juist is dat Wilders voor de rechter moet komen, of strafrechtelijke veroordeling mogelijk is en of de rechterlijke macht wel onpartijdig is in deze zaak. In tegenstelling tot anderen, waaronder hoogleraar in het recht Paul Cliteur, lijkt mij de weg van het strafrecht in de zaak Wilders wel degelijk de juiste.

Wilders roept tijdens een uitslagenavond in 2014 zijn aanhangers toe: “Willen jullie meer of minder Marokkanen?” Er klinkt gejoel bij zijn aanhang en men scandeert “minder, minder”. Wilders: “Dan gaan we dat regelen.” Wilders verpakt een politieke boodschap in een autoritaire performance. “Meer of minder”, daarbij gaat het hier niet meer om mensen maar om hoeveelheden. Marokkanen zijn in deze context geen mensen, maar iets anders dan mensen, het is slechts een label om mensen te reduceren tot boetelingen en niets anders, behalve dan dat ze van een bepaalde afkomst zijn. De conclusie die Wilders trekt is: “We willen minder Marokkanen.” “Dan gaan we dat regelen.”, zegt hij. Deze politiek en dit spreken bestaat ten eerste uit de afkeuring van een bepaalde groep mensen, een minderheid, en vervolgens wil men deze groep decimeren, de aantallen verkleinen, zodat de schadelijkheid die, zo men beweert, van de groep uitgaat teruggebracht wordt. De Marokkanen zijn niet voor verbetering vatbaar, Hitler sprak van “üntermenschen”. Ik zie dus een parallel met Hitler, maar er is een groot verschil. Hitler hypnotiseerde zijn volk, de enge figuur die hij was. Wilders’ politieke optredens daarentegen, zoals het optreden waar ik hierboven heb geschreven, hebben een zeker theatraal kantje. Daarmee waant hij zichzelf onschuldig en onschendbaar. Het is belangrijk om dat theatrale aspect te herkennen, zonder dat is een kritiek op Wilders onvolledig en maakt ze zichzelf belachelijk. De “grap” die Wilders maakt met zijn “meer of minder Marokkanen” is niet bepaald grappig, zoals ik hierboven het duidelijk gemaakt, ze horen bij het soort spreken.

Van dit soort spreken, een racistisch spreken dus, gaat het demagogische karakter uit waarmee Wilders grote aantallen mensen achter zich weet te krijgen. Een deel van de bevolking wordt betoverd en een ander deel van de bevolking juist onttoverd. Hij zaait haat en vooral verdeling onder het Nederlandse volk en dat is een zeer slechte zaak. Er ontstaat een gevaarlijke politieke situatie, die vergelijkbaar is met de opkomst van Hitler voorafgaand aan WOII. Des te groter de verkiezingswinst van Wilders, des te meer invloed hij krijgt. Wat er zou gebeuren als Wilders aan de macht zou komen, is ongewis, maar eerder politieke instabiliteit dan vervolging van Marokkanen.

Een kritische politiek ten aanzien van Marokkanen mag en is gerechtvaardigd, want veel mensen ondervinden overlast. Echter, mensen ondervinden niet alléén van Marokkanen overlast, maar van vele verschillende mensen, waaronder vanzelfsprekend ook “oorspronkelijke” Nederlanders, als we daar al van kunnen spreken. En voor de Marokkanen geldt dat ze, naast Marokkaan óók Nederlander worden en/of zijn, namelijk wanneer ze in Nederland leven en hier een bestaan leiden en moeten opbouwen. Het moet (blijven) gaan over het probleem, dus over het specifieke gedrag van mensen, in plaats van, van de mensen zelf het probleem te maken. Wilders mag een bepaalde visie op het migratiebeleid uitdragen, maar niet op de racistische manier waarop hij dat nu doet. Dat Wilders zegt dat hij niet racistisch is omdat hij over Marokkanen en dus niet over een ras spreekt, is geen sterk punt. Het is slechts racisme in een andere gedaante. Mensen en een heel volk worden als minderwaardig of crimineel weggezet. Wilders zegt dat hij “de mond niet zal laten snoeren”. Foucault sprak van “fearless speech” (in Engelse vertaling). Daarmee komt iemand sterk over. Wilders spreken is daar echter geen voorbeeld van, daarvoor is het te theatraal en te nep. Hij beweert zelf echter moedige en krachtige politiek te bedrijven, hij doet het allemaal “voor het Nederlandse volk”, maar leeft in een gedeeltelijk zelf-illusie. Gedeeltelijk, want hij speelt theater.

Het is aan de rechter om te oordelen, op basis van principes van ethiek, in hoeverre Wilders’ gedrag en diens politieke optreden en uitspraken toelaatbaar zijn. Ik heb getracht te demonstreren dat dit wel degelijk een zaak voor de rechtspraak is en dat Wilders niet vrijuit mag gaan.

Politiek Foucault /

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *