juli 15, 2016 - admin

De kunst om vrij te worden

Ik wil in dit artikel iets zeggen over onze houding ten opzichte van de kunst. De kunstervaring is oppervlakkig geworden, het gaat erom om deze te intensiveren.

Ik probeer een alternatieve houding en benadering tot de kunst te beschrijven, een die een activering van de ziel inhoudt, een die de kunst gebruikt voor het leven, een die inspireert om te kunnen leven als een kunstwerk.

Plato schreef dat we met het kijken naar de schoonheid van een mens (een jongen, want in zijn tijd werden mannen verliefd op jongens, de zogenaamde “knapenliefde”), de toegang tot een hogere wereld van schoonheid krijgen en dat we die schoonheid begeren. Ik wil het hier echter niet over de schoonheid van mensen maar over die van de kunst hebben. Plato geeft een aantal interessante gezichtspunten die ik hier gebruik.

De kunst beantwoordt aan de begeerte naar schoonheid. Het gaat niet alleen om de toegang van een wereld van de schoonheid, maar de wereld, het rijk van de kunst is evengoed de wereld van de wijsheid, van de waarheid, van de geheimen en het verbodene en van de erotiek. Al die zaken begeren we en de kunst beantwoordt hieraan. De kunst “voedt” niet, nee het gaat om het groeien, het groeien in het vermogen om vrij te zijn en te worden. De kunstbeschouwing maakt ons bekend met de onbewuste, begraven en bedolven lagen van de cultuur, die op deze wijze weer potentie krijgen. Maar het gaat nog meer om de begeerte zelf. De begeerte zorgt voor de kunstervaring en een drang naar méér begeerte. Het maakt een intensere kunstervaring mogelijk. En iedere zulk een kunstervaring brengt de behoefte voort naar weer meer intensere kunstervaringen. En brengt zo weer meer begeerte te weeg, ook met betrekking tot ons leven, dus ook buiten de kunst.

Plato gebruikt een mooie metafoor. De kunstervaring doet vleugels groeien. Ik wil die metafoor gebruiken op een andere manier dan Plato. Plato verwijst naar een ideële wereld, de vleugels herinneren ons aan de hemelse sferen van de goden, waar we ooit in verbleven, maar we zijn afgedaald naar het aardse bestaan. Ik wil met de metafoor juist het “nut” van de kunst voor het echte leven benadrukken. Het inzicht dat de kunst verschaft geeft vleugels en die helpen ons bij het echte leven. Het is een fysieke gewaarwording die samengaat met de begeerte. Zonder de (fysieke) begeerte niet het fysieke gevoel van de groei van vleugels. De vleugels die groeien, dat ís de kunstervaring zelf, het gaat dus niet (alleen maar) om het genot van schoonheid. Geestelijk genieten van kunst is altijd een oppervlakkige kunstervaring. Iemand die zo naar kunst kijkt, wil in zijn eigen leven ook alleen maar het luchtige en staat niet open voor de schaduwkanten en de moeilijke kanten van het leven. Uiteindelijk gaat het om de “wil tot macht”, we willen grote vleugels, een grote spanwijdte, we willen macht.

Dat gevoel van het groeien van vleugels moet je bij jezelf zien op te wekken, wil je kunst intenser ervaren en ook zo je leven te intensiveren. Vrijheid, macht, begeerten kunnen groeien door de kunstervaring om in het echte leven hun realisatie te krijgen.

Bronnen:

Plato – Faedrus

Kunst

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *