juli 4, 2015 - admin

Het gevaar van filotech

Robots, in het uiterste geval een nagemaakte mens met “hogere intelligentie”, wat schieten we daar mee op? Zo’n koud, gekunsteld hoofd. Vanwaar de behoefte om een mens na te maken?

Waarom wordt er niet wat ruimer over gedacht? Waarom alle pijlen, het zijn niet eens pijlen, zomaar in één richting schieten, zonder bedoeling, zonder doel? Waarom zo weinig creativiteit in het denken over techniek? Ik pleit daarom voor apparaten die op de lachspieren werken. Niet dat je brult van het lachen, maar dat het geinig is. Dat is mijns inziens een van de opdrachten waar techneuten en ontwerpers voor staan.

Want waarom je conformeren aan iets wat het leven dodelijk saai zal maken? De zucht naar gemak en comfort tot in den extreme doorvoeren?, waardoor de mens zal verslappen. De herhaalbare arbeid zoveel mogelijk onnodig maken, dat is nuttig, maar dat gebeurt al met fabrieksrobots en daar komen hedentendage de robots in de distrubiecentra bij. Robots met lichamen en hoofden als lijkend op dat van een echt mens daarentegen, die ingezet worden in de sociale wereld, dat is verkeerd, heel de menselijke maat verdwijnt, alsof mensen, met hun gevoel, niet doorhebben dat ze met een (kille) robot omgaan in plaats van een mens, alsof we dat willen. Sommige techneuten pleiten daarvoor, omdat dat “de accepatie ten goede komt”. Ook nog op robots lijkende robots moeten niet worden ingezet in het sociaal verkeer, dat werk kan prima en beter door mensen gedaan worden. Kassameisjes die gelukkig zijn in het werk dat ze doen en zo hun leven kunnen leiden. Dan zeggen ze, techneuten die goed en creatief bezig lijken te zijn, die een robot ontwikkelen die bijvoorbeeld moet zorgen voor ontvangst voor mensen op een vliegveld, dat die robot ziet dat iemand zich niet helemaal lekker voelt, en dan gaat die robot daar wat aan doen.. Zulke doorgedraaide, verzonnen schijnideeën. Robots moeten speeltjes blijven.

Een robot beweegt zich schokkerig. Dat kan waarschijnlijk steeds vloeiender worden gemaakt. Maar die terugkoppeling zonder gevoel is treurniswekkend. Een robot zal nooit gevoel krijgen. Sommige techneuten en wetenschappers denken van wel. Gevoel kun je misschien nabootsen, om te begrijpen wat gevoel precies is. Maar is er vervolgens iets dat dat gevoel voelt? Je kunt het waarschijnlijk nooit integreren in een robot bijvoorbeeld, dat is waarschijnlijk veel te moeilijk, niet te programmeren. Om over de geest nog maar te zwijgen. Het zijn een groepje (wat zeg ik, een zeer grote groep, met grote aanhang) hulpeloze techneuten en wetenschappers, futurologen die zich daar mee bezig houden. Er komen echt geen genieën voor in die wereld. De genieën, en dat zijn er overigens mogelijk best nog wel veel, zoals Nietzsche suggereert, hebben wel andere dingen te doen (1).

Met een ‘internet of things” komen we gevaarlijk bij wat Mulisch in De Compositie van de Wereld, het “corpus corporum” heeft genoemd. Mensen worden steeds meer verlengstuk van de technologie tot de technologie een eigen bewustzijn vormt, het “Corpus Corporum”. Mulisch omschrijft mensen daarbij als “ultimitieven” (het tegenovergestelde van “primitieven” dus), waarbij mensen geen bewustzijn meer hebben (alleen nog door een “glissando” een glimp van het bewustzijn van het Corpus Corpurum bewust kunnen worden).

Het is een “rationele zelfoverschatting van wetenschap en techniek” (2), zoals Cornelis dat noemt, en een onderschatting van het genie van miljarden jaren van evolutie. Cornelis biedt wel een inzicht wanneer het goed gaat, hij zegt “het handelen komt eerst, en zo ook de techniek”. De techniek is een uitbouw van het maatschappelijk handelen, en moet zo gedacht worden, anders kan wetenschap niet communicatief worden. En dat de wetenschap “een instrumentalisering van de techniek” is. Die nieuwe technieken worden dan ingezet voor andere doelen, waarbij de techniek tot middel wordt gemaakt om zo de menselijke leercapaciteiten te vergroten en de levenskwaliteit te verbeteren. (Arnold Cornelis, Logica van het Gevoel)

En dan die zelfrijdende auto’s. Die kun je maken. Maar het is of mensen die auto blijven rijden, of enkel zelfrijdende auto’s. Het zijn een (groot) aantal techneuten en bedrijven als Google die dwingen in die richting, maar mensen willen dat niet. Zelfrijdende auto’s die voor je rijden en je in de weg rijden, weg met die domme, achterlijk uitziende, dingen! Je krijgt ook een heel raar straatbeeld, fietsers naast een geautomatiseerd autonet. Mensen zijn misschien nog wel gehechter aan hun fiets dan aan hun auto en zelfsturende fietsen zie ik er niet zo snel komen. En je ontneemt taxichauffeurs hun werk en inkomen.

En als een robot kapot gaat, dan ligt ie weg te roesten. Troep! Slecht voor het milieu, terwijl een robot ook nog eens de grondstoffen uitput. Je kunt recyclen, maar dat willen deze techneuten helemaal niet, want dat is een ontkenning van de schijnbare supremacy van hun droom. Kapotte robots recyclen, dat is eerder een supremacy van de mens, van oud ijzer verzamelaars.

Enkele andere eigenschappen van technofielen:

Ze houden altijd hun pc aan, ze willen niet aannemen dat zo’n ding beperkingen heeft.
Ze willen altijd de nieuwste technologie, maar zo blijf je bezig. Een gebrek aan realiteitsvermogen.
Ze zijn nooit geirriteerd als de technologie niet doen wat zij willen. Het lijkt wel op een soort verlegenheid.
Overal het licht aanlaten, want een beetje rekening houden met het milieu vinden ze maar onzinnig. Milieu en technologie, dat is bij hen een contradictie.
Kortom ze verweven hun bestaan zover als de stand van techniek toestaat, met hun apparaten, het liefst zouden ze dat doen met staaldraad, met een stroompje erop. Maar goed dat kan niet, nog niet maar wel met nieuwe technologieën. Daar wachten ze op. Helaas geen staaldraad voor hun, daar kunnen ze dan lekker op kauwen. Bier zit er dan niet meer in.

En dan nog dat ruimtereizen, de droom van velen (en van de NASA) om andere levensvatbare planeten te gaat bewonen. Vinden ze het hier niet interessant genoeg? Zoeken ze het avontuur?, ik zal ze niet tegenhouden. Het betekent echter een splitsing van de mensheid, dus ook een zeer groot en reëel gevaar, met name als er straks baby’s in de ruimte geboren worden. Misschien is dat alleen al een stap te ver die de dan tragische ondergang van de mensheid inluidt. (3, 4). Mensen raken dan, ook mensen die er niet voor gekozen hebben, babies die worden geboren in de ruimte, verwijderd van de menselijke natuur.

Reggae artiesten begrijpen dat: “I don’t wanna live on mars, I don’t wanna drive space-cars.” (Ziggy Marley)

Conclusie: Er zijn veel technologische ontwikkelingen gaande, dat onze hele mens-zijn zal transformeren. Dat is niet zonder gevaren / risico’s. Het is van groot belang er kritisch afstand toe te kunnen nemen, zodat de mensheid er op vooruitgaat in plaats van achteruit. De eenzijdige, mateloze euforie over technologische ontwikkelingen, technologie beschouwen als doel op zichzelf, heeft allerlei trekken van massapsychose. Dat is gevaarlijk.

(1) Het citaat waar ik naar verwijs: “Het genie is misschien nog zo zeldzaam niet: maar wel de vijfhonderd handen die het nodig heeft om de kairos, het ‘juiste moment’ – te tiranniseren en het toeval bij de kladden te pakken!” Nietzsche, Voorbij Goed en Kwaad (aforisme 274), De Arbeiderspers, 4e druk, 2009

(2) “Het gevaar dat ik wil onderstrepen is dat van een rationalistische zelfoverschatting van wetenschap en techniek, dat is slechts het bewuste deel van onze logica”. Arnold Cornelis, Logica van het Gevoel (p. 22), stichting Essence, 8e druk, 1998

(3) Hierbij kan ook worden verwezen naar het werk van Nietzsche. Een stukje tekst op de achterflap van De Vrolijke Wetenschap van Nietzsche (De Arbeiderspers, 2e druk, 2003): “Met ‘de eeuwige wederkeer’ proclameert hij de onvoorwaardelijke trouw aan het onvervangbare, aardse leven als de hoogste waarde.”

(4) Daar schrijft Nietzsche ook over in “Laten wij oppassen”, aforisme 109, De Vrolijke Wetenschap . (De Arbeiderspers, 2e druk, 2003)

Filosofie / Techniek Cornelis / Mulisch / Nietzsche /

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *