augustus 24, 2017 - admin

Gaming op de Olympische Spelen?

Er worden onderhandelingen en gesprekken gevoerd met het IOC om gaming toe te laten op de Olympische Spelen van 2024, de Franse gegadigden willen dat om precies te zijn, zo las ik onlangs via het Twitter account van EU-parlementarier namens de ALDE-groep Cora Van Nieuwenhuizen. Zij twitterde: “Ik zie het wel gebeuren.” 2024, dat ligt nog ver vooruit, denkt de lezer wellicht, maar het gaat er mij in dit stuk ook om de tijdsgeest te duiden waarin we leven en kritisch te reflecteren op zaken als onze tradities en onze toekomst.

In het artikel van New Delhi Times waar Van Nieuwenhuizen over tweette, wordt gewezen op de positieve effecten van gamen op de mentale en fysieke vaardigheden van de gamer. Maar diezelfde stofjes die daarbij aangemaakt worden leiden ook tot verslaving. Ook een hardloper wordt verslaafd aan zijn sport, maar dat heeft voor hem geen negatieve consequenties. In tegenstelling tot gamen. De virtuele wereld van de game is een vervangingsmiddel voor sociale relaties, jongeren zitten tot diep middernacht obsessief naar het blauwe scherm te kijken, in volledige overgave van de game om hun echte leven te ontvluchten. Het is niet voor niets dat er gewerkt wordt aan “serieus gaming”, dat is een ander verhaal, dat is verantwoord gamen, dat niet olympisch zal worden en ook niet dat soort aanspraken wil doen. Serious gaming is ontworpen met het doel om mensen op een speelse manier gezond en fit te laten worden. Iets waar Van Nieuwenhuizen gezien haar takenpakket van op de hoogte zou moeten zijn. Zij zou deze twee vormen van gaming moeten kunnen onderscheiden om vervolgens een goed oordeel te kunnen vellen over de kwestie omtrent de toelating van gaming tot de Olympische Spelen. Hoewel het niet onder haar directe verantwoordelijkheid valt, zou ze mogelijk wel invloed op de zaak kunnen uitoefenen, in plaats van deze passieve opstelling. Een politieke discussie zou zinvol kunnen zijn.

De reactie van Van Nieuwenhuizen is tekenend voor de cultuur waarin we leven. Daarbij vallen twee dingen in het oog. Aan de ene kant de tendens van nivellering van alle cultuurwaarden (ten koste van hogere cultuur, dat zich maar heeft neer te leggen bij een rol in de marge), dit wordt ook wel “cultuurmarxisme” genoemd en aan de andere kant de middenklasse die het allemaal geen barst interesseert en alles over zich heen laat gaan, die geen weerstand biedt, laat staan zich verzet. De term “cultuurmarxisme” is trouwens misleidend. Ook de grote kapitalistische spelers doen alsof de hogere cultuur niet bestaat en hebben belang bij de nivellering, het levert meer massaconsumptie op, het gedrag van de massa valt beter te berekenen, te voorspellen en te manipuleren.

Deze mens van de middenklasse wil ik als volgt typeren. Het is de mens die zich in al zijn karaktereigenschappen en interesses geplooid heeft naar het zakelijke kapitalisme. Dit heeft zich versterkt met de globalisering. Veel mensen vinden de koffie bij Starbucks niet te drinken, maar ze gaan er toch heen, anders doe je niet meer mee. “Gratis Wifi” geeft men nog als argument, maar het is de dekmantel. Men durft niet buiten de algemene kaders te denken. Je raakt je baan kwijt als je dat doet, je valt uiteen als karakter of persoonlijkheid. Je bent bang om niet meer te kunnen functioneren als je zelfs maar overweegt te beginnen in een roman van Goethe. Doe je aan hogere cultuur dan verlies je arbeidsenergie en dreig je jezelf buiten spel te zetten. Dat is allemaal geïnternaliseerd is mijn indruk. Het mijden van hogere cultuur, als eigentijdse klassieke muziek, filosofie en klassieke literatuur lijkt wel haast een kwestie van hygiëne geworden te zijn. Is er dan niet iets grondigs mis met de maatschappij?

Ik wil nog een andere traditie aanstippen naast de Olympische Spelen. Ik ben voor de traditie van het Prinsengrachtenconcert, maar zij zou wellicht beter af zijn zonder de camera’s. De Amsterdamse gemeenschap die het concert in intimiteit beleefd, stelt zich bloot aan televisie kijkend Nederland. De mens behorend tot de middenklasse die het op tv beziet, neemt beslag van haar. Het Prinsengrachtenconcert krijgt het karakter van gezellig en leuk en aardig, van amusement kortom. Men komt er via de tv mee in aanraking, men ziet anderen genieten, en men zegt: “wat bijzonder”. De overheid en de publieke omroep redeneert waarschijnlijk dat dit goede reclame is voor de klassieke muziek. Maar de stem van de middenklasse spreekt als volgt tot mij: “We willen het wel een beetje. We willen het een beetje, om zo ons aanzien te behouden. Een beetje, zodat het leuk blijft. Net dat beetje andere, dat mijn leven net nog wat meer kleur en smaak geeft.” En men aanvaard het kleine risico om zelf ook eens een klassiek concert bij te wonen. Maar als de zalen leeg zijn, dan is dat het teken om weer te gaan.

Waar men bij het Prinsengrachtenconcert traditiegetrouw alleen de meer toegankelijke en welbekende klassieke muziek ten gehore krijgt, moet men zoeken naar de eigentijdse klassieke muziek. Daar komt bijna geen mens spontaan mee in aanraking. Deze muziek is dan wel niet makkelijk toegankelijk, maar zij spreekt van de toekomst, zij beroert en bezielt. Het is jammer dat deze muziek zo weinig luisteraars kent. Eigentijdse klassieke componisten als De Raaff, Stroppa of Pecou kunnen op Spotify elk slechts rekenen op zo’n tachtig luisteraars per maand, wereldwijd. En die kunstenaars produceren grootse werken! Een beetje jazzmusicus scoort al gauw honderd keer beter, en dan is jazz nog niet eens bepaald een populair genre, verre van dat. Maar eigentijdse klassieke muziek wordt wel degelijk in concertvorm uitgevoerd (ik ben helaas onbekend met toesschouwersaantallen). Het betreft dus geen kansloze zaak.

Massagedrag kan alleen verminderen als mensen zelf keuzes gaan maken, hun interesses verbreden en verdiepen. Dat hoeft niet op individuele basis te gebeuren, beter van niet, maar in de relaties tussen mensen. Dat hangt samen met de vele ontwikkelingen in de wereld: het vraagstuk van de seksen, het kapitalisme, de globalisering, de wetenschappelijke theorieën van onze wereld, de technologie, en de herwaardering van en heroriëntering op de wijkgemeenschap. En er staan nieuwe filosofen op, die de wereld begrijpelijk maken, wat we zo nodig hebben. De Nederlander Sid Lukkassen is zo’n filosoof.

Zo zal waarschijnlijk een “herwaardering van waarden” plaatshebben! Amusement zal daarbij worden teruggewezen naar het tweede plan en naar de marge. De game die is gemaakt voor amusement leidt tot de “geest van de zwaarte”, namelijk verslaving, sociale opsluiting en depressiviteit. De “geest van de zwaarte”, een uitdrukking van Nietzsche, betekent dat geest en ziel niet met elkaar in contact staan. Als je geest neigt naar amusement en sentiment, zich overleverend aan impulsen, wordt het leven zwaarder dan nodig is. Die geest maakt van de ziel een zombie. De mens die moe en onvoldaan van zijn werk thuis komt lijdt ook aan de geest van de zwaarte en het wordt er dus niet beter op als hij zich vervolgens achter de tv van zijn dag herstelt. Hij zou er ook voor kunnen kiezen te luisteren naar eigentijdse klassieke muziek. Het vooroordeel dat het zware muziek zou zijn, die deprimeert, zou worden gecorrigeerd en mensen zouden zich inspireren door een muziek van sublieme schoonheid, die hen op nieuwe wegen kunnen brengen.

Concluderend: we zien dus enerzijds dat we onze tradities op het spel zetten, namelijk de best bewaarde en meest grootse traditie die we hebben, de Olympische Spelen. En anderzijds zien we dat de hogere cultuur die het tegendeel betekent en zwanger gaat van de toekomst wordt gemarginaliseerd. Het Olympisch vuur zou minder flakkeren, indien het gaming voorstel het zou halen.

Cultuur / Filosofie / Politiek / Sport / wetenschap & technologie Eigentijdse klassieke muziek / Herwaardering van waarden / kapitalisme / Olympische Spelen / Sid Lukkassen /

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *